Een stukje theorie. In de Theory of Constraints wordt uitgegaan van 3 belangrijke grootheden:
- T = Throughput = doorvoer = de verandering in netto omzet in een periode, waarbij netto omzet de bruto omzet is minus de direct toerekenbare kosten zoals grondstoffen, verkoopkosten en verzendkosten etc. Die kosten dus, die logisch gezien toe te rekenen zijn aan een product of dienst. Je kunt deze kosten als een percentage van de bruto omzet berekenen. Meer verkopen betekent pro rata een stijging van deze kosten.
- I = Investment / Inventory = Investeringen / Voorraden = het geld wat nodig is om T te genereren. Denk aan investeringen van eigenaren / aandeelhouders en voorraden van gereed product dat nog niet verkocht is, of van tussenproducten.
- OE = Operational Expenses = operationele kosten = het geld wat nodig is om het bedrijf draaiende te houden. Denk aan personeelskosten, bedrijfsruimte, rente voor kredieten, etc. Dit zijn kosten die product / dienst onafhankelijk zijn: of we nu veel of weinig verkopen, deze kosten maken we altijd.
Nu kunnen we de netto winst en het rendement als volgt definiëren:
- NP = Net Profit = Winst voor belastingen = T – OE.
- ROI = Return On Investment = NP / I.
Wat moeten we doen om meer winst te maken? Even een voorbeeld.
Bedrijf X heeft afgelopen kalenderjaar een T van € 1.000.000, OE = € 700.000. De totale I is € 5.000.000.
NP = T – OE = 1.000.000 – 700.000 = € 300.000.
ROI = NP / I = 300.000 / 5.000.000 = 6%.
Als bedrijf X nu meer winst wil maken, moet aan 2 voorwaarden voldaan zijn:
- ΔT > ΔOE
- ΔROI > ROI als ΔI > 0 OF ΔNP > 0 als ΔI = 0
waarbij Δ staat voor Delta, ofwel de verandering, dus ΔT is de verandering in T.
OK, stel bedrijf X realiseert 100.000 meer Throughput dus ΔT = € 100.000, en de kosten stijgen met 75.000 dus ΔOE = € 75.000. Dan is ΔNP € 25.000 ofwel er is € 25.000 meer winst gemaakt. De ROI is nu 325.000 / 5.000.000 = 6,5%. Bedrijf X is dus meer winstgevend geworden.
Maar wat nu als voor deze winststijging van € 25.000 een investering van € 500.000 nodig was geweest? Dan was ΔROI = 25.000 / 500.000 = 5% en dat is kleiner dan de oorspronkelijke ROI van 6%! Niet zo’n goede investering, puur financieel gezien. En dat klopt ook als u de nieuwe ROI uitrekent: ROInieuw = 325.000/5.500.000 = 5.9%
In het volgende artikel ga ik verder met dit onderwerp.
Gerelateerde artikelen:
Fred, alweer een interessant stukje!
Deze benadering lijkt sterk op de EVA benadering. Hierbij neemt men de spread tussen ROIC en WACC als basis voor waardecreatie. Voor de leken onder ons: ROIC is eigenlijk ROI en WACC de gemiddelde kostenvoet voor het kapitaal dat in de onderneming is geïnvesteerd. Als deze spread groter is dan 0, is iedereen tevreden.
In je rekenvoorbeeld neem je wel de kosten van vreemd vermogen mee, maar niet die van eigen vermogen. Het lijkt er op dat er vanuit wordt gegaan dat aandeelhouders enkel een ‘residual claim’ hebben. Maar aandeelhouders hebben wel degelijk een rendementseis. Deze zou je tegen de ROI moeten afzetten (om te zien of de risk-reward verhouding ok is). In EVA (of economic profit of residual income, allemaal zelfde) is dit reeds ondervangen.
Wat ik wel leuk vind, is dat mijn bezwaar tegen dubbele beloning van aandeelhouders in dit rekenvoorbeeld wordt ondervangen. Dit in tegenstelling tot NPV / NCW of EVA.
Gr. Stefan
Hallo Stefan,
Dank je wel! Zoals ik Investment hanteer is het eigen vermogen en vreemd vermogen samen. Natuurlijk hebben de aandeelhouders ook hun eigen rendementseisen, echter ik kan (voor de eenvoud) niet alles tegelijk in 1 artikel behandelen
.
Het mooie van TOC is dat het uitgaat van het op 1 lijn brengen van alle partijen: aandeelhouders, werknemers, klanten, leveranciers en overheid. Sterker nog, dat is de enige duurzame manier. In TOC zijn krachtige tools beschikbaar om dit ook voor elkaar te krijgen.